PUBLIEK GEMAAKT

volgt actuele kunstprojecten buiten de muren van kunstinstellingen

Social Design voor taaie vraagstukken

SHOW, DON’T TELL: Als kunstenaar zeg je niet dat het anders moet, je laat zien dat het anders kan. Mahatma Gandhi: “Be the change that you wish to see in the world.”

Dit citaat komt uit het glossarium ‘Tussentaal’ dat in de publicatie Social Design for Wicked Problems staat. De taal is bedacht om de werelden van social designers en van organisaties met wie zij willen werken toegankelijker te maken.

De publicatie is genoemd naar het onderzoeksproject dat het Nieuwe instituut, kunstenaar Tabo Goudswaard, organisatieadviesbureau Twynstra Gudde en Stichting Doen in 2013 startten.  In drie pilotprojecten onderzocht Social Design For Wicked Problems (SDFWP) hoe ingewikkelde maatschappelijke vraagstukken door kunstenaars of ontwerpers samen met organisaties konden worden aangepakt. Het boek is een handreiking voor iedereen die zich op het gebied van ‘social design voor taaie vraagstukken’ wil begeven.

461784_694960770592923_2259089391279702008_o

Een microstaat

‘SOCIAL DESIGNERS (FOR WICKED PROBLEMS) zijn ontwerpers en kunstenaars die met hun werk impact willen hebben op sociaal-maatschappelijke vraagstukken’, zo vertelt het lexicon ons. Zoals de vraagstukken die in de pilotprojecten onderzocht werden: obesitas, pestgedrag en ons (gebrek aan) financieel bewustzijn. Het zijn problemen waar niet direct een antwoord op te formuleren is, bovendien breed geworteld in de samenleving. Een nieuwe benadering is allereerst te vinden in een herijking van de houding van organisaties die met deze problemen te maken hebben. Nu zijn de organisaties ingericht om op escalerende problemen te reageren, waardoor ze niet de oorzaak aanpakken. Op het Columbusplein in Amsterdam bijvoorbeeld worden jongeren gepest. Het stadsdeel en betrokken zorgorganisaties handelden probleemgericht. De social designers MUZUS (Neele Kistemaker en Aafke Kauffman) en Jorge Mañes Rubio ontdekten dat de verschillende culturele achtergronden van de jongeren  hiermee te maken kon hebben. Daarom vormden zij het plein om tot een ‘micronation’, een microstaat met zijn eigen vlag, ruimtevaartprogramma en … frietsaus. De identiteit van het plein werd ineens een positief uitgangspunt. Door het traject met de ontwerpers kwamen de betrokken maatschappelijke organisaties en het stadsdeel tot het inzicht dat zij anders betrokken konden zijn: ze konden ineens werken vanuit een nog ontwikkelbare identiteit in plaats van slechts op negatieve signalen te reageren.

plein_klein1
Spectators Waving a White Flag at a Sporting Event
Foto’s: MUZUS en Jorge Mañes Rubio

Soapies

Met Tabo Goudswaard en Klaas Kuitenbrouwer, programmacoördinator bij het Nieuwe Instituut, sprak Publiek Gemaakt over de publicatie, over social design voor taaie vraagstukken en over hoe het onderzoek heeft gewerkt. Tabo Goudswaard vertelt waarom hij het initiatief nam tot dit project. “Ik studeerde autonome beeldende kunst aan de Rietveldacademie maar wilde mijn kunst in het maatschappelijk domein laten functioneren. Dat had ook te maken met wat ik om mij heen zag gebeuren. Bijvoorbeeld hoe moeizaam kunst in de maatschappij functioneert. Ik wil de werking van kunst in de maatschappij juist opnieuw bekijken, omdat ik denk dat kunst wel degelijk flinke invloed kan hebben.”

Ter illustratie noemt hij zijn project No Show in Gouda. Daarin probeerde hij de beeldvorming en de beleving van een wijk met een slecht imago te keren. Hij filmde er een Real Life Soap. De soapies waren de bewoners, die al gauw bekende Gouwenaren werden. De wijkscan die de gemeente na afloop hield pakte positiever uit dan voor aanvang van het project. Of dat door No Show kwam is natuurlijk moeilijk aan te tonen. Maar toch had het project ook invloed op de betrokken woningcorporatie: die zag in dat zij zelf aansluiting moest zoeken bij de bewoners in plaats van andersom.

JOHN
COR

gouda_klein

De soapies. Foto: Frank Penders

Goudswaard wilde een diepgravender onderzoek naar dit soort projecten en dat viel samen met de vragen die Stichting Doen zichzelf stelde over de sociaal betrokken kunstprojecten die zij ondersteunen. De belangrijkste daarvan was: wat is nu goed social design? Met SDFWP is er bewust gekozen voor een specifiek onderzoek, namelijk alleen de taaie vraagstukken. Die vragen namelijk om een aparte aanpak waarin juist de vaardigheden van kunstenaars waardevol zijn. Met die keuze wilde de projectorganisatie ook het taaie probleem van het definitievraagstuk vermijden en voorkomen dat discussies telkens verzandden in de vraag wat social design nu eigenlijk is.

Reframing

De werkwijze in het onderzoek is een methode die gestoeld is op mentaliteit, materiaal en methode. Mentaliteit duidt op maatschappelijke betrokkenheid, een geëngageerde houding. Vanuit die houding wordt het sociale zelf als ontwerpmateriaal gebruikt. Simpel gezegd: de focus ligt op gedrag. Men wil komen tot een gedragsverandering of een beïnvloeding van gedrag. En dat gaat niet alleen over het maatschappelijke probleem, maar ook over de betrokkenen, zoals eerder geschetst in de voorbeelden van Gouda en Columbusplein in Amsterdam. De methode tenslotte is die van co-creatie. De kunstenaar of ontwerper betrekt dus op een vergaande manier alle betrokkenen in het proces.

Een uitkomst van dit soort projecten ligt in het creëren van een nieuw handelingsperspectief ten opzichte van het probleem. Het sleutelmoment in het proces is wanneer het probleem opnieuw wordt gekaderd: reframing noemen ze dat, naar aanleiding van de methode van Kees Dorst, hoogleraar Design aan de TU Eindhoven en de UT Sydney. In het voorbeeld van Amsterdam was dat het moment waarop de mix van culturen opviel en de gedachte aan een gedeelde identiteit. Met als gevolg dat betrokken organisaties nieuwe inzichten kregen die niet meer pasten in hun eigen probleemdenken.

Effectief of artistiek?

Stichting Doen signaleerde dat er een tweedeling is bij social design projecten. Vaak is het zo dat het project conceptueel of artistiek interessant is, maar dat het weinig blijvende maatschappelijke verandering oplevert, óf dat het wel een positieve bijdrage levert maar geen fundamentele verandering omdat het conceptueel niet scherp genoeg is. De praktijk van social design voor taaie vraagstukken is vanwege de vergaande problematieken echter complexer, meerlagiger en kent andere processen. Daarom stelde Doen zich de vraag hoe zij de ontwikkeling van deze specifieke praktijk kan stimuleren. Want dat de projectorganisatie vindt dat het om een aparte discipline gaat wordt in het boek wel duidelijk. Om de markt te vergroten zou er volgens de schrijvers van het boek een portfolio moeten komen van geslaagde projecten. Klaas Kuitenbrouwer: “We willen dat organisaties meer herkennen waarom ze met kunstenaars kunnen  werken, en kunstenaar inzicht geven in hoe het is om met organisaties samen te werken. De vreemdheid van beide werelden moet wel intact blijven . We willen ze niet nader tot elkaar brengen maar wel meer productief maken. Daarom hebben we ook de Tussentaal ontwikkeld.”

Immuunreactie

Het is te hopen dat deze nieuwe discipline zich verder ontwikkelt. En dat er een einde komt aan de ‘immuunreactie’, zoals Kuitenbrouwer het formuleert. Het ontregelende effect van kunst wordt dan teniet gedaan door de reactie: ‘Oh, het is maar kunst’. En als niet daarom dan toch alleen al om die prachtige Tussentaal te kunnen bezigen. Dus kunstenaars, verleid stakeholders* en kanseigenaren* en neem ze mee naar de ruimte van het niet-weten*.

Meer informatie en de publicatie zijn te vinden op het onderzoeksblog.