PUBLIEK GEMAAKT

volgt actuele kunstprojecten buiten de muren van kunstinstellingen

De onzichtbare man

Beeldend kunstenaar en theatervormgever Michiel Voet werkt aan een multidisciplinair project dat in juni 2014 van start gaat op de Amsterdamse NDSM werf. Het behelst een theatervoorstelling door Orkater die tijdens Over het IJ festival in première gaat, een fototentoonstelling bij Nieuw Dakota, foto-objecten aan de IJ-oever en een fotoboek. Het project met de titel ‘De onzichtbare man’ gaat over het leven in illegaliteit.

foto van gisteren...

Alle foto’s: Michiel Voet

Een vriend, een illegale man of ongedocumenteerde, vormde hiervoor de directe aanleiding. De man, Mohammed, vluchtte uit Algerije tijdens de burgeroorlog en woonde zo’n twintig jaar op en rond de voormalige scheepswerf. Ze raakten bevriend en Mohammed woonde zelfs bij tijd en wijle in het atelier van Michiel Voet in de voormalige scheepsbouwloods. ‘Het leven dat hij leidt wordt – als je er lang over nadenkt – steeds onvoorstelbaarder en ongrijpbaarder’, zegt Michiel Voet.   

Want het zwervende bestaan van Mohammed beperkt zich niet tot Amsterdam. Hij vertrok ook naar andere West-Europese landen. Op een gegeven moment vertelde hij dat hij een vrouw en een kind in Duitsland had. Een perfect leven, zo klonk het. Ideale schoonfamilie, rijk, mooi. Michiel kon het niet rijmen met het leven in Amsterdam, waar Mohammed bovendien in bleef opduiken. Ook nu nog, terwijl hij zelf zegt een punt achter zijn zwervend bestaan te hebben gezet. ‘Het lijkt erop dat Mohammed een gedeeltelijk verzonnen leven leidt om zijn bestaan vol te kunnen houden.’

Hij ging geënsceneerde foto’s maken over het leven van Mohammed, waarbij het essentieel was dat Mohammed daarin zelf zou figureren. Dat is nu vier jaar geleden en inmiddels hebben ze een groot aantal foto’s gemaakt. Mohammed woont niet meer op de werf en het fotoproject is afgerond. Nu is het tijd om het aan het publiek te presenteren. Ik spreek Michiel Voet terwijl hij midden in de voorbereidingen zit: het fotoboek gaat naar de drukker, de talentvolle Vlaamse toneelschrijver Michael Bijnens schrijft aan de theatervoorstelling en het concept en de inrichting van de tentoonstelling staan op papier.

 In de publieke ruimte manifesteert het project zich slechts met twee grote foto’s, maar de onderliggende maatschappelijke thematiek van illegaliteit is evengoed een publieke factor. Het project snijdt daarmee ook een soort mentale publieke ruimte aan.

The Invisible Man 0

VH: Je hebt lange tijd gewerkt in kunstprojecten voor de openbare ruimte. Nu werk je vooral als theatervormgever voor verschillende gezelschappen waaronder Orkater. Maar je hebt ook altijd gefotografeerd. Waarom ben je foto’s met Mohammed gaan maken?

MV: Hij was in eerste instantie helemaal geen artistieke inspiratiebron, maar iemand die zo nu en dan op mijn atelier kwam. Maar inspiratie dient zich op een gegeven moment aan. Dat gebeurt zodra je het gevoel hebt dat er een ingang is; dat je in een zone komt waarin je iets onbekends of mysterieus herkent. Wat mij aansprak en verontrustte was de ontheemding en de compleet rechteloze status waarin zo’n persoon leeft en het schijnbare gemak en optimisme waarmee Mohammed dat leven hier leidde. Die twee dingen kon ik moeilijk rijmen.

Op dat moment werd het voor mij een artistiek vraagstuk. Ik probeer dan een vertaalslag te maken naar de werkelijkheid en naar een beeld, een enscenering of een stilering. Wat wil ik wel laten zien en wat niet? Wat wil ik uitvergroten? Zijn verhaal vond ik interessant en omdat ik al jarenlang als theatervormgever werk, begon ik de theatraliteit daarvan in te zien. Hij leidt al twintig jaar een zwervend bestaan dat losgezongen is van vaste maatschappelijke structuren, vangnetten en zekerheden. De stap naar de geënsceneerde fotografie lag dicht bij mijn theaterwerk. En ik ben als fotograaf begonnen aan mijn opleiding aan de Rietveld Academie.  

Ik heb dit project lang in de luwte ontwikkeld naast mijn opdrachten voor de theaterwereld. In opdrachten werk ik altijd samen, en dat betekent dat je zoekt naar een gemeenschappelijk artistiek gebied. De consequentie daarvan is dat dat niet volledig je eigen artistieke gebied is. Dit project is dat wel. Ik heb er in alle rust en zonder deadlines aan kunnen werken.

Wat wil je in je foto’s laten zien?

Een leven in anonimiteit en zonder identiteit. Dat staat haaks op het vrijheidsidee dat wij in het Westen hebben. Want dat gaat over de ontplooiing van je leven, over relaties aan gaan, je ontwikkelen. Al die dingen kan ‘de onzichtbare man’ niet. Ongedocumenteerden moeten hun identiteit vervalsen, niet opvallen, oppassen met wie ze communiceren en aan wie zij zich verbinden. Dat leven maakt vanuit ons oogpunt dus een omgekeerde beweging. Als ik mij daarmee identificeer dan draait mijn maag zich om. Ik krijg daar echt een beklemmend gevoel bij. Het is een inert leven. En toch moet iemand hoop blijven houden op de toekomst, geld verdienen en hoe dan ook relaties met mensen aan gaan. Dan hebben ze blijkbaar ook een enorme kracht, maar die kunnen ze niet laten zien. Maar de toeschouwer kan die gevolgtrekking naar aanleiding van de foto’s wel zelf maken.  

In de foto’s zitten elementen als zweven, vallen, hangen. Een continue of stilgezette val is voor mij de ultieme uitbeelding van ontheemding. Het geïsoleerde bestaan komt terug in claustrofobische ensceneringen. Maar soms wilde ik hem ook als een illusionist afbeelden om zijn ongrijpbare verhalen en leven en ook zijn kracht te verbeelden. En soms bezitten de foto’s iets van sacraliteit. Ik zie daarin de opoffering voor de familie die sommige levens gewoonweg zijn. Er zijn illegalen die hier een monotoon bestaan hebben, geen toekomst, niet terug kunnen en hun zuur verdiende geld naar hun familie sturen om hen een beter leven te gunnen. Jaar in jaar uit.

 Je laat straks ook twee foto-objecten in de publieke ruimte zien, op twee plaatsen langs de Noordelijke IJ-oever. Wat kun je daarover vertellen? 

De twee foto’s krijgen een enorm formaat. Uitvergroting is een theatermethode die ik hier gebruik. Als het gaat over een van vaste structuren losgezongen leven waarbij je zo weinig mogelijk moet opvallen, dan gaat het voor mij over onzichtbaarheid. En dan is het grotesk om die mensen als reuzen in de publieke ruimte te plaatsen. Die schaal hoort bij een monument, bij een held, bij iemand die zichzelf trots aan de buitenwereld laat zien. Maar het doet ook denken aan glamour, reclame en succes. Ik pas die schaal toe op deze groep mensen. Natuurlijk maak ik een fenomeen dat voor de meeste mensen onzichtbaar blijft zichtbaar. Er leven ontzettend veel illegalen in Amsterdam, we weten het maar zien het niet. Maar het uitvergroten gaat ook over de kracht die deze mensen opbrengen. De man die de kledingbaal voor zich houdt, dat is een krachtig beeld. Maar ook in het beeld van een man die in een kastje ligt schuilt een vergelijkbare energie. Dit is zoals hij leeft en dat mogen we allemaal zien.

 Hoe breng je het verhaal van Mohammed en van het fenomeen van illegaliteit over op de passant?

Het zit hem voor een deel in de details. Door de attributen zie je dat het geen ‘gewone’ zwerver is. Verder passen de foto’s ook bij de manier waarop Mohammed leeft. De nauwgezetheid waarmee hij in de kast zit past bij hem. Hoe hij leeft, zijn spullen ordent, zijn eten opruimt. Het is een rafelig leven maar toch is hij ook heel geordend. Hij ruimde altijd mijn atelier op. Maar natuurlijk kun je niet alle verhalen en betekenissen uit de beelden halen. Daarom is het een multidisciplinair project. Er komt informatie bij de foto-objecten buiten. Die twee beelden staan bovendien in verbinding met de tentoonstelling bij Nieuw Dakota en zijn een soort bakens die de weg wijzen. De voorstelling van Orkater, de tentoonstelling en mijn persoonlijke notities die in het boek staan, vertellen een gezamenlijk maar ook eigen verhaal en zijn allemaal inhoudelijke lagen in dit project.

Het hele verhaal heb ik gefotografeerd en in mijn eigen woorden heb ik daar veel over te zeggen. Maar met Leopold Witte, regisseur en theatermaker bij Orkater, ben ik gaan kijken of het ook een geschikt verhaal is voor een voorstelling. We zijn gaan inzoomen op de twee centrale personages en hoe zij zich tot elkaar verhouden. De noodzaak voor de kunstenaar tot het maken van kunst versus de illegale man die een leven wil opbouwen in Europa. In het eerste deel van de voorstelling doe ik mijn verhaal in een performance lecture. In het tweede deel is er een monoloog van Mohammed. Wat heeft Mohammed al die tijd gedacht? Wat is zijn wérkelijke verhaal? Dit nieuwe theatrale verhaal zetten we op allerlei punten haaks op het verhaal van de kunstenaar. De Vlaamse toneelschrijver Michael Bijnens schrijft die monoloog.

Michiel Voet 1

Je zegt dat dit project niet alleen over Mohammed gaat maar ook over illegalen in illegaliteit in het algemeen. Toch vond je het essentieel dat Mohammed zelf figureert in de foto’s. Hoe zit dat?

Zonder Mohammed zouden er geen foto’s zijn. Het fotograferen is op een natuurlijke manier uit onze vriendschapsrelatie voort gekomen. Met hem samen heb ik een proces doorlopen waarin ik tot nieuwe beelden kwam. Ik vond dat verdiepend, ook naar hem toe. Ik heb ook met andere ongedocumenteerden gesprekken gehad, maar als ik daar een fotoproces mee zou moeten opstarten dan zou dat een andere dynamiek zijn. Je mist de vertrouwdheid. Bovendien is het levensverhaal van Mohammed rijk, caleidoscopisch en onbegrijpelijk. In die zin was hij een rijke bron waarmee ik niet uitgewerkt raakte. Ik was van hem afhankelijk en niet andersom. Vaak had hij geen zin en dan stond mijn project stil. We hebben over een periode van vier jaar onze fotosessies een aantal keren afgerond, maar dan wilde ik toch weer verder. Dan waren bij mij de ideeën weer opgeladen, maar intussen had Mohammed afscheid genomen om uit te waaieren over andere plekken in West Europa. Toch zag ik hem na een poos altijd weer in Amsterdam opduiken. Ook nu is hij voorgoed vertrokken, zegt hij.  

Het project is geëvolueerd van een fotoproject naar een fotografietentoonstelling en een theatervoorstelling. De tentoonstelling kan als een installatie worden gezien, want door de inrichting verwijs ik naar een stedelijke ruimte die bevolkt wordt door foto’s van die ene man. Die staat symbool voor een grotere groep die rondom ons leeft. Een stad vol onzichtbaren.

Dat het ook een politiek onderwerp is, is onvermijdelijk. De kwestie van het strafbaar stellen van illegalen heeft de problematiek en de schrijnende levenssituaties nog eens flink onder de aandacht gebracht. Hoe verhoud je je tot dat politieke aspect?

Illegaliteit is inderdaad in een criminele context geraakt. Dat is het resultaat van een langer durend maatschappelijk proces waarin de verharding en intolerantie toenamen. Maar de redenen voor illegalen om naar Europa te trekken liggen oneindig veel genuanceerder dan de politiek nu doet vermoeden. Ik vind dat het project dit indirect laat zien: de tentoonstelling en de theatervoorstelling tonen de vele aspecten van illegaliteit. De ongenuanceerde taal waarin er over illegalen wordt gesproken krijgt in dit project zijn pendant. Deze tegenklank manifesteert zich in een rijkdom aan detail, beelden en verhaallijnen. Het publiek wordt hopelijk uitgedaagd om de problematiek te beseffen en er een genuanceerde blik op te werpen.

www.michielvoet.com

De theatervoorstelling gaan in première tijdens Over het IJ festival www.overhetij.nl
De tentoonstelling bij Nieuw Dakota is van 15 juni t/m 20 juli www.nieuwdakota.com