PUBLIEK GEMAAKT

volgt actuele kunstprojecten buiten de muren van kunstinstellingen

Verslag van bkkc connects i.s.m. LOKO. Over omgevingskwaliteit en veranderend opdrachtgeverschap

In een tijd waarin kunstprojecten niet meer alleen vanuit opdrachtgevers maar uit gezamenlijkheid ontstaan, moeten zowel makers, intermediairs, als opdrachtgevers zich aanpassen. Moderator Arie Lengkeek: ‘Hoe geven we daar invulling aan, hoe werken we samen en op welke manier handelen we nu anders dan voorheen?’

In een ontspannen sfeer ging bij bkkc op 19 maart het ochtendprogramma, de bijeenkomst van bkkc connects, van start. Dat bestond uit drie lezingen waarin het veranderend opdrachtgeverschap vanuit verschillende invalshoeken werd benaderd. ’s Middags bespraken kennisinstituten, partners, kunstenaars, beleidsmakers, opdrachtgevers en bemiddelaars de problematieken aan de hand van drie casussen. De rondetafelgesprekken over deze casussen leverden veel op, omdat er veel verschillende specialisten aan tafel zaten. De dag werd georganiseerd door bkkc i.s.m. LOKO (het landelijk overleg kunst in opdracht).

Het ochtendprogramma kende drie lezingen afgewisseld met discussies. Er werd gesproken over veranderend opdrachtgeverschap, over kansen voor opdrachtgeverschap en over goed opdrachtgeverschap.

Dagopening door Netty van de Kamp

We hebben al enige tijd te maken met nieuwe en andere vormen van opdrachtgeverschap. Netty van de Kamp, adviseur omgevingskwaliteit bij bkkc: ‘Eén van de kerntaken van bkkc is het uitwisselen van kennis, vandaar dat we een bijeenkomst als die van vandaag programmeren. Het stelt ons in staat kennis en ervaring met elkaar te delen. Binnen omgevingskwaliteit merken we al langere tijd op dat het beeld van “u vraagt wij draaien” achter ons ligt.’ Bkkc ziet kansen te over om maatschappelijke sectoren aan elkaar te koppelen en van creatieve input te voorzien. Vrijdenkers kunnen daar een goede rol in spelen. Bkkc zoekt naar de meerwaarde van kunst bij ruimtelijke processen, op allerlei manieren en op verschillende momenten in het proces. Het gaat daarbij zowel om de belevingswaarde als om de intrinsieke waarden van de fysieke leefomgeving. ‘De baten, in de zin van sociale, maatschappelijke en economische meerwaarden proberen we in kaart te brengen. Vraagstukken op dit gebied worden steeds complexer en vragen om creativiteit en innovatie. Natuurlijk is ook artistieke kwaliteit daarbij erg belangrijk.’ De bagage voor de discussies vandaag is wat bkkc betreft: complexe vraagstukken, creativiteit en innovatie, co-creatie en bottom-up.

Veranderend opdrachtgeverschap

De volgende spreker, Kai van Hasselt, beschouwde de veranderde wereld en het daardoor veranderde opdrachtgeverschap aan de hand van trends en verschillende sectoren en spiegelde die vervolgens aan de praktijk. Welke vaardigheden moet je als opdrachtgever in de 21e eeuw eigenlijk bezitten of ontwikkelen?

Kai van Hasselt is ondernemer, onderzoeker, specialist op het gebied van stedelijke ontwikkeling en kunstverzamelaar. Hij schetste opdrachtgeverschap als leerproces.

Trends zijn volgens Van Hasselt de graadmeter voor hoe de samenleving verandert en ze laten zien wat we daarin belangrijk vinden. Hij noemt de trends rondom werken, wonen en recreëren. Panden hebben vaak meerdere huurders en werkplekken worden meer flexplekken. Kunst draagt dan bij aan de aantrekkelijkheid van die ruimten. Een ander interessant gegeven voor kunst zijn de Chinatowns in steden. Het zijn plekken met een interessante conditie waar een specifieke cultuur heerst. De High Line, het beroemde park in New York dat gebouwd is op een verhoogd spoortracé dwars door de stad, legt een andere trend bloot. De twee initiatiefnemers van het park hebben de spoorlijn weten te redden van de sloop en konden hun plan uitvoeren door friends in high places te vinden. Denk aan hoteliers of mensen uit de retail. Het draaide hier om mandaat, transformeren en friends.

Ook voorbeelden van trends uit andere sectoren laten zien dat het opdrachtgeverschap is veranderd. Zo wordt er gezocht naar een nieuw mecenaat (zoek regiorijken) en is er een Do-It-Yourself cultuur waarin men zelf het opdrachtgeverschap ter hand neemt (dat is concurrentie voor de intendant/bemiddelaar). Welke nieuwe vaardigheden vereist deze veranderde beroepspraktijk? Vormgever Joost Swarte is er duidelijk over: ‘Je doet niet meteen wat je opdrachtgever vraagt.’ Kritisch bekijken of de opdrachtvraag wel de juiste is en niet afwachten tot je een opdracht krijgt, zijn veelgehoorde opmerkingen van ontwerpers. Maar initiatiefrijk en een kritisch vermogen zijn niet de enige vaardigheden van de veranderde beroepspraktijk. Het is ook de kunst om de handen op één buik te krijgen (draagvlak creëren), je moet kunnen participeren en communiceren, juridische kennis hebben en ruimte kunnen laten voor experiment en fouten. In het geval van de High Line ging het bijvoorbeeld niet om een opdrachtsituatie, maar om het kunnen organiseren van mandaat.

Een sympathiek voorbeeld tot slot is dat van het mini opdrachtgeverschap: bijvoorbeeld een kunstenaar het geboortekaartje van je kind laten ontwerpen. Maar hiervoor geldt zoals ook in andere gevallen van nieuw opdrachtgeverschap: alles is onzeker. Wat je krijgt is niet altijd wat je dacht te krijgen. Daarom is er nog een nieuwe vaardigheid nodig: het vermogen om niet altijd alles te willen afregelen. Waar je al die nieuwe vaardigheden kunt leren? Nou, bijvoorbeeld bij symposia als deze of in het onderwijs.

Kansen voor opdrachtgeverschap

Beeldend kunstenaar en social designer Tabo Goudswaard is het schoolvoorbeeld van iemand bij wie de projecten een open karakter en uitkomst hebben. En daaruit blijkt dat zijn praktijk vooruitloopt op de nieuwe vaardigheden zoals Van Hasselt die benoemde. Goudswaard sprak vanuit zijn eigen praktijk over kansen en het veranderde opdrachtgeverschap. Met een achtergrond in het welzijnswerk en een afgeronde kunstopleiding vergeleek hij die twee werelden met elkaar. Zijn conclusie: als kunstenaar los je iets op waar geen vraag voor bestond. Ook de artistieke mentaliteit is anders dan die gebruikt wordt in maatschappelijke organisaties. Je werkt immers vanuit een intern kompas en laat het toeval toe.

In zijn praktijk zoekt hij niet naar volledige autonomie, maar wil hij zich verhouden tot maatschappelijke vraagstukken. Aan de Post Academy liet hij zich daarom opleiden tot social designer. ‘Je richt je op maatschappelijke doelen, je manifesteert je in het sociale domein en je betrekt belanghebbenden in een integraal proces.’ Goudswaard beschrijft een dubbele immuunreactie die hij binnen social design tegenkomt. De eerste reactie is: ‘Ach, het is maar kunst’. Kunst en haar betekenis worden niet serieus genomen. En krijgen buurtbewoners een actieve rol in het kunstwerk dan wordt het werk niet als kunst, maar als een geïnstrumentaliseerde vorm van kunst beoordeeld. Waar ligt volgens Goudswaard de autonomie van het kunstenaarschap in zijn domein? ‘Ik voel mij de maker van een nieuwe manier van kijken. Daar ligt mijn auteurschap.’

Een voorbeeld is het project No Show, een real life soap dat hij maakte met bewoners uit een wijk in Gouda. In 2008 was Gouda door een aantal incidenten ‘geframed’ als onveilige stad met een slecht imago. Goudswaard stelde een nieuwe manier van kijken voor door een van de wijken tot filmgebied te verklaren voor een real life soap met als soapies de bewoners zelf. Het lukte hem om Gouda te ‘reframen’ en een positiever imago te kweken.

No Show had een voorbereidingstijd van twee jaar. ‘Er lag geen opdracht dus ik had tijd nodig om betrokkenen te overtuigen van mijn plan. Om mensen zo ver te krijgen dat ze participeren is het cruciaal dat je uitlegt wat de waarde van je project is voor de ander.’ Een andere kansrijke factor met betrekking tot opdrachtgeverschap is auteursgedrevenheid. Je moet initiërend en enthousiasmerend zijn. Dat geldt overigens ook in het geval van een initiatiefnemende opdrachtgever of bemiddelaar. Een totaal nieuw voorstel is een handvat om samen aan de slag te gaan. En een laatste factor is contextbouwer zijn. Er moet voor de kunstenaar ruimte zijn voor autonomie. Haak daarom aan op geld dat daadwerkelijk is bedoeld om in de kern van het vraagstuk te opereren. En zorg voor mandaat.

Maar hoe zorg je ervoor dat geldschieters je mandaat geven, vraagt de zaal zich direct af. Voor de pilot Social Design For Wicked Problems werkte Goudswaard samen met Twijnstra en Gudde.* Dat bedrijf heeft een imago van betrouwbaarheid en zorgt voor de juiste focus. Maar wat als de overheid je opdrachtgever is? Die denkt immers nog in hokjes. Goudswaard: ‘Dan is het belangrijk dat je kijkt naar de ‘tussentaal’ die ik heb ontwikkeld. Binnen een project creëert die een gedeelde ruimte en wederzijds begrip tussen de partijen. Verder scheppen een goed portfolio en een procesbeschrijving vertrouwen. Want vertrouwen is het fundament voor samenwerking.’
*Publiek Gemaakt schreef hier eerder over

Op de vraag hoe je die vaardigheden leert als kunstenaar of designer komt het fonds The Art of Impact kijken, waar Goudswaard sinds kort intendant is. Dat biedt kansen om een portfolio op te bouwen. Gaat het fonds ook in dialoog met aanvragers of worden we afgescheept met een formulier, luidt een van de vragen uit de zaal. Goudswaard: ‘We proberen minder geformaliseerd te werk te gaan en we hebben open calls in de vorm van live pitches. We zoeken nog verder naar vormen van uitwisseling.’

Goed opdrachtgeverschap

Wie ook vanuit zijn eigen ervaring sprak was Nils van Beek, adviseur bij TAAK en daarvoor bij SKOR. Hij schetste als bemiddelaar de waarden van goed opdrachtgeverschap. In opdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunst schreef hij een handreiking voor kunst in opdracht. ‘Er is geen receptenboek voor goed opdrachtgeverschap, maar ik kan wel iets zeggen over hoe wij waarden tegenkomen en hoe ze een rol spelen.’

Zijn verhaal over waarden begon al bij de coöperatie die hij startte, nadat SKOR de deuren sloot. Deze rechtsvorm komt voort uit solidariteit en maatschappelijke waarden boven winstmaximalisatie. ‘Ook wij werken niet volgens het “u vraagt wij draaien” principe.’ Stakeholders vinden elkaar op basis van hun gezamenlijke waarden. TAAK vindt zijn inspiratie in het publieke domein maar komt daar ook mee in conflict, omdat er keerzijden aan dat publieke domein zitten. Zoals versplintering, de consument (wat is de opverlap met het zijn van burger?), de korte termijn (maar wie zorgt voor de lange termijn?) en het principe van follow the money.

Contradicties treft hij ook aan binnen de sectoren waarin TAAK heeft gewerkt. Bij een project voor Rijksvastgoedbedrijf hebben ze vooral te maken met een commercieel consortium, terwijl de staat formeel nog steeds het kunstbeleid uitvoert. De Rotterdamse haven lijkt op een multinational, maar is het verlengde van de gemeente Rotterdam. Ook in de zorg heerst een zakelijke bedrijfscultuur, terwijl de sector nog steeds wordt betaald door de belastingbetaler. Concluderend kun je zeggen dat het publieke belang weinig populair is. Hoe kunnen we dat opnieuw adresseren?

Een project waarin TAAK dit onderwerp bij de kop pakt is Cure Master, een masteropleiding van het Sandberg Instituut en ontwikkelt door TAAK en kunstenaar Martijn Engelbregt. De vraag naar kunst in de zorg vormde de aanleiding. Die is institutioneel gedreven, gericht op genezen en het bieden van zorg. Maar de kunst zou op een meer fundamentele manier kunnen reflecteren: wat is gezondheid en hoe ziet de zorg er in de toekomst uit? Cure Master hoopt een nieuwe expertise op dit vlak te ontwikkelen.

Die publieke context is volgens Van Beek een van de verantwoordelijkheden van goed opdrachtgeverschap. Verder zijn dat ook de kunst zelf en haar artistieke relevantie, het proces van samen uit samen thuis, haalbare risico’s voor de kunstenaar en zorg voor de lange termijn.

Het terugvinden van de oriëntatie op publieke waarden is een rode draad in deze presentatie. Arie Lengkeek: ‘De organisaties van de opdrachtgevers, die je in je voorbeelden noemt, zijn ooit vanuit publieke waarden opgericht. Je verhaal is een pleidooi voor de terugkeer van die publieke waarden in die organisaties en dat die ook zichtbaar worden in de kunstopdrachten.’

Het organiseren van kunstprojecten langs de weg van geïnstitutionaliseerde organisaties is opgehouden. Een beleidsambtenaar in de zaal zocht naar de manier waarop je de behoefte van de ambtenaar en het creatieve proces van de kunstenaar bijeen kunt brengen. De een streeft naar een gegarandeerd resultaat, de ander schetst een resultaat. Volgens Lengkeek is het een hoopvol teken dat men zoekt naar verandering. ‘Er komt beweging in.’

Rondetafelgesprekken tijdens het middagprogramma

Het middagprogramma bestond uit rondetafelgesprekken over drie Brabantse projecten waarin de problematieken uit het ochtendprogramma werden meegenomen. Nuala Burns maakte bij wijze van verslag onderstaande visual.

Capture

Overige informatie over deze dag, de presentaties van de sprekers en ook deze verslaglegging is te vinden op de website van bkkc.

Ook BK-Informatie maakte een verslag, dat is hier te lezen.

Meer informatie over de sprekers: Kai van HasseltTabo GoudswaardNils van Beek. Arie Lengkeek werkt bij AIR Rotterdam