PUBLIEK GEMAAKT

volgt actuele kunstprojecten buiten de muren van kunstinstellingen

Meer dan object. In gesprek met Jeroen Boomgaard over ‘Pilootprojecten kunst in opdracht’ in Vlaanderen

De Vlaamse minister van Cultuur, het agentschap Kunsten en Erfgoed, het steunpunt voor beeldende kunst BAM en het Team Vlaams Bouwmeester zijn samen een piloottraject gestart rond kunst in opdracht. Daarin zijn opdrachtgevers uitgenodigd om binnen het thema ‘Meer dan object’ innoverende kunstopdrachten voor de (semi)publieke ruimte in te dienen. Het doel is om grensverleggende kunstprojecten te realiseren en zo bestaande praktijken, samenwerkingsverbanden en (wetgevende) kaders open te breken en te vernieuwen. 1607134_1455794131311076_471291023_nOpdrachtgevers worden uitgedaagd om traditionele wegen van kunst in opdracht te verlaten: het gaat niet om het creëren van materiële, duurzame en contextgebonden objecten, maar om het vinden van een artistiek antwoord op de vraag wat de publieke ruimte in de 21ste eeuw kan betekenen. De samenwerkende organisaties zijn op zoek naar een benadering van de (semi-) publieke ruimte die nauwer aansluit bij de actuele ontwikkelingen in de hedendaagse kunst. De kunstopdrachten kunnen zo een grotere diversiteit aan kunstproductie laten zien.

Begin februari 2014 werd een oproep gelanceerd aan gemotiveerde opdrachtgevers met ambitieuze en vernieuwende plannen voor een kunstopdracht voor de publieke ruimte. Uit 22 inzendingen werden vijf opdrachtgevers gekozen vanwege het innovatieve potentieel van hun projectvoorstel, de voorbeeldfunctie die zij als opdrachtgever kunnen vervullen en hun openheid naar een niet-traditionele visie op kunst in de (semi-) publieke ruimte.

Jeroen Boomgaard van het Lectoraat Art and Public Space van de Gerrit Rietveld Academie is als extern expert betrokken bij de ‘Pilootprojecten Kunst in Opdracht’, zoals Vlaams Bouwmeester dat zo mooi noemt. Publiek Gemaakt sprak met hem over zijn rol binnen het project, de huidige stand van zaken en de vergelijking met de Nederlandse situatie van kunst in opdracht.

Wat is jouw rol precies bij de Pilootprojecten?
Ik ben vanaf het begin betrokken in een stuurgroep. Het Piloottraject ‘Meer dan object’ komt voort uit de Vlaams Bouwmeester, die geld heeft gekregen om meerdere piloottrajecten op allerlei gebieden te starten. Bijvoorbeeld rond wonen en zorg. Een van de ideeën was om dat ook voor kunst in de openbare ruimte te doen. Vervolgens zijn BAM (instituut voor beeldende audiovisuele en mediakunst) en het Agentschap Kunsten en Erfgoed erbij gehaald. En ik ben vanuit Team Vlaams Bouwmeester benaderd als externe expert. De andere externe expert is Rudy Luijters, die in Brussel woont. Ze wilden graag de expertise van Nederland erbij betrekken. Niet zozeer omdat wij voor zouden liggen maar in ieder geval wel omdat wij veel meer ervaring hebben met kunst in opdracht.

Pilootproject 1 uitgelicht: Tondelier & Stad Gent

Tondelier Gent2De nieuwe Gentse wijk Tondelier, een publiek-private stadsontwikkeling van Stad Gent in samenwerking met projectontwikkelaar Tondelier Development, krijgt de komende tien jaar vorm op een voormalige industriële locatie tussen de bestaande woonwijken Rabot en Blaisantvest in. Het industriële verleden zetten de opdrachtgevers actief in als achtergrond voor een meerjarig kunstproject. Dat getuigt van vertrouwen in wat kunst kan betekenen in relatie tot  toekomstgerichte stadsontwikkeling. Bemiddelaar Danielle van Zuijlen stelde een aanpak voor waarmee binnen de lokale context wordt gezocht naar zinvolle verbindingen vanuit de kunst, als mede-ontwikkelaar van een ‘lokale cultuur’. Tondelier Gent1Vanuit meerdere kunstprojecten moet zich geleidelijk een platform ontwikkelen waarbinnen kunstenaars de drie wijken (Rabot – Tondelier – Blaisantvest) artistiek onderzoeken en een langdurig engagement met de wijk aan gaan. Mogelijk is dit de kiem voor een kleinschalig instituut dat organisch kan groeien vanuit de nieuwe verbindingen tussen bestaande situatie en nieuwe ontwikkelingen, tussen huidige bewoners en nieuwkomers, en de opgedane kennis ook structureel kan verankeren.

De vijf projecten die nu gekozen zijn, komen op ons niet heel erg vernieuwend over. Hoe kan dat?
Ik ben een paar jaar geleden gevraagd door het Vlaams Architectuurinstituut om in het kader van een project over de weg (N16) tussen Antwerpen en Mechelen een stuk te schrijven over de openbare ruimte in Vlaanderen. En dan zie je dat er in Vlaanderen weinig openbare ruimte is. Overal staan hekjes en heggen. En bovendien zit het bestuurlijk heel ingewikkeld in elkaar. En als het er wel is dan is het heel politiek. Neem bijvoorbeeld Antwerpen. Daar staan veel beelden maar ze zijn bijna allemaal voorbeelden van traditionele vormen van politieke representatie.
Dat vind ik altijd interessant: kunst in de openbare ruimte weerspiegelt echt het politieke klimaat of de politieke structuur van een land. Met dit project proberen de initiatiefnemers dat te doorbreken en nieuwe wegen te verkennen. Maar de budgetten die zij daar voor beschikbaar hebben zijn in onze ogen lachwekkend. Voor de 5 pilootprojecten is een kunstbudget van in totaal €175.000 beschikbaar. En dat moet dan gematched worden met geld van plaatselijke instellingen. En dan gaat het bijvoorbeeld om een projectzone van twee kilometer lang! Voor echt grote dingen in de openbare ruimte is dat natuurlijk ontoereikend.*
Je ziet de politieke achtergrond voortdurend een rol spelen. Een project dat in dit kader heel interessant is speelt bij de provincie Antwerpen. Die krijgt een nieuw provinciehuis. Gedurende dat proces blijkt de provincie ineens een collectie over te hebben. Het is een collectie die vooral vanuit politieke overwegingen was aangeschaft. Er moesten plaatselijke kunstenaars worden aangekocht. En dan ontstaat de vraag: Wat kan er nu met die collectie gebeuren? Twee bemiddelaars hebben daar een interessant plan voor en daar wordt dan met de opdrachtgevers over gepraat. Maar in de tussentijd is er een nieuwe regering die alle culturele taken van de provincie heeft afgeschaft. Op dit moment is heel onduidelijk hoe we ermee verder moeten, want de desbetreffende ambtenaren zijn nog bezig met hun eigen toekomst en het veiligstellen van hun baan. Dat is dan een direct gevolg van de herstructurering.
Waar we verder mee zitten is de termijn van de Vlaams Bouwmeester. Die loopt tot volgend jaar juni. Alle pilootprojecten moeten dan echt op gang zijn omdat ze anders worden stopgezet. Vandaar dat we in tijdnood zitten.

* Alle projecten hebben verschillende budgetten vanuit hun opdrachtgevers die vervolgens worden gematched. Voor 2014-2015 levert dat in totaal 175.000 euro op vanuit de opdrachtgevers plus 175.000 euro vanuit de Pilootprojecten. Bijna alle opdrachtgevers hebben zich inmiddels al gecommitteerd aan een gelijkaardig bedrag voor de periode  2016-2017. De begeleidingskosten zitten daar niet in maar worden apart gefinancierd.

Waar staan jullie nu in het pilootproject. Hoe ver zijn jullie?
Er gaan er nu vier van start. Dat wil zeggen: aan vier van de opdrachtgevers is een geschikte bemiddelaar gekoppeld die het traject in gang kan gaan zetten.
Rudy Luijters en ik hebben geadviseerd over een stappenplan: eerst selecteer je de opdrachtgevers, dan selecteer je samen met die opdrachtgevers bemiddelaars en dan ga je zorgen dat die bemiddelaars kunstenaars selecteren. Bemiddelaars hebben dan nog ruimte om de opdrachten te herformuleren of verder in te vullen. De opdrachtgevers kozen overigens voor bemiddelaars die duidelijk in gesprek met hen gingen. Ook voor ons als stuurgroep ging het om het experimentele karakter. De opdrachtgever moest echt bereid zijn om buiten de traditionele kaders te denken. En we zochten ook bemiddelaars die daar goed mee overweg konden.

Pilootproject 2 uitgelicht: Gemeente Herzele

gemeente Herzele

Foto: Gemeente Herzele

In het dorp Ressegem, deelgemeente van Herzele, vormt het dorpshart een ongebruikelijk ensemble. Achter de monumentale kerk en pastorij liggen een zogenoemde motte, een verdedigingswerk uit de late middeleeuwen, en twee weides. Al veertig jaar wordt er over de toekomstige invulling van deze open ruimte gesproken. Het woord is nu aan de kunst. Geïnspireerd door de visie van curator Nils van Beek, koos de Gemeente Herzele voor TAAK als bemiddelaar om dit project te ontwikkelen en te begeleiden.  Het kunstproject heeft niet de pretentie het ruimtelijke probleem op te lossen, maar hoopt dat de denkwijzen van kunstenaars nieuwe zuurstof kunnen brengen waar de dialoog voorheen vastgelopen is. Het toekomstig gebruik is dan ook het startpunt van het kunstproject. Zijn er vormen van gemeenschappelijk gebruik en collectief eigenaarschap denkbaar? Kan een nieuw uit te vinden traditie de katalysator zijn voor toekomstig gebruik, beheer en inrichting van het dorpshart?

Hoe hebben jullie de bemiddelaars gevonden?
Er is een groslijst gemaakt van Vlaamse en Nederlandse bemiddelaars. Vervolgens hebben we naar profielen gekeken. Welk profiel van bemiddelaar zoeken we voor elk van de opdrachtsituaties? Wat weten we over iemand, wat heeft hij of zij gedaan. Hebben ze ervaring met de Vlaamse situatie? Per opdrachtgever hebben we drie verschillende bemiddelaars gevraagd om een korte visie te schrijven en te presenteren. In overleg met de opdrachtgever werd er een keuze gemaakt. Er zijn uiteindelijk twee Nederlandse bemiddelaars gekozen: Nils van Beek (TAAK) en Arno van Roosmalen (Stroom).

Bestaat de Vlaamse bemiddelaar eigenlijk?
Ja er zijn wel een paar organisaties zoals de Nieuwe Opdrachtgevers, en je hebt natuurlijk mensen die plaatselijk dingen doen. De namen waar de Vlamingen mee kwamen waren echter vaak mensen van musea of kunstcritici, meer curatoren dan bemiddelaars zoals wij ze in Nederland kennen. Rudy en ik dachten vanuit onze ervaring uit Nederland aan een andere categorie bemiddelaars dan de Vlamingen. In Vlaanderen is die beroepsgroep gewoon minder groot.

Wat is het experimentele karakter van de pilootprojecten Kunst in Opdracht?
Dat gaat voorbij het karakter van: “OK, we hebben een leeg plein en we zetten er een beeld neer”. We hebben opdrachtgevers en bemiddelaars gevraagd en zullen ook kunstenaars vragen om voorbij het gebruikelijke te denken en om echt te reageren op de specifieke locatie en/of situatie. De samenwerking tussen opdrachtgever, bemiddelaar en kunstenaar behoort ook tot het experimentele karakter. Wat is nu eigenlijk de vraag en wat willen we nu eigenlijk? Het is in Vlaanderen blijkbaar nog niet zo vanzelfsprekend dat er op deze manier wordt samengewerkt.

Heb jij een voorkeur voor een van de vijf projecten?
Genk heeft een oorlogsmonument en dat moet hersteld worden. Tegelijkertijd zijn er diverse bevolkingsgroepen die een herdenkingsmonument willen. Ik ben wel zeer benieuwd hoe dat project zich verder gaat ontwikkelen.

Pilootproject 3 uitgelicht: Stad Genk

Genk monument

Foto en tekening: met dank aan Stad Genk

Genk tekeningIn het kader van een mastervisie rond kunst in de publieke ruimte wordt de Stad Genk uitgedaagd om aan de hand van verschillende cases rond monumenten en herdenkingen samen met deskundigen en kunstenaars tot een werkbare attitude te komen bij bottom-up processen in dit domein. Door visievorming rond de problematiek van het monumentale en de relatie met kunst in de publieke ruimte kan dit pilootproject bijdragen aan een ruimer debat rond de toekomst van monumenten.

Kunnen wij nog iets leren van de pilootprojecten?
Dat is wel een goede vraag. Het meest interessant zou zijn als Mondriaan Fonds en Atelier Rijksbouwmeester bijvoorbeeld samen op zoek zouden gaan naar nieuwe opdrachtgevers voor de kunst in de publieke ruimte. Wat kunstenaars en bemiddelaars kunnen dat weten we wel ongeveer. Zeker nu SKOR niet meer bestaat. Maar heel veel opdrachtgevers dobberen.

Ligt het initiatief tot kunst in de openbare ruimte in Nederland nu vooral bij de gemeente?
Ik denk het wel. Gemeenten krijgen veel meer financiën tot hun beschikking en moeten daar veel meer mee doen. De inrichting van de openbare ruimte blijft in Nederland in elke gemeente een vraag en is belangrijk voor de leefomgeving en dergelijke. Als het zo is dat gemeenten hun opdrachtenbeleid stil zetten dan zie ik dat als een tijdelijke fase. Ik zou ook niet weten waar het anders in Nederland vandaan moet komen. En nogmaals, ik denk dat kunst in de openbare ruimte  hoort bij het politieke klimaat in Nederland. Dat overheden zich gerepresenteerd willen zien in die openbare ruimte en daarmee ook iets willen suggereren over hun dynamiek of hun progressiviteit. Ik zie niet dat dat ingrijpend gaat veranderen, hoewel het wel moeilijk te voorspellen is welke kant het op gaat.

Meer informatie over de Pilootprojecten in Vlaanderen vindt u hier.